Spits overladen met lof in België, maar carrière verliep niet over rozen: "De coach was een racist, wat ik allemaal naar mijn hoofd kreeg..."

Foto: © photonews
Promise David, de oersterke spits van Union, heeft een lange en hobbelige weg afgelegd voordat hij in Brussel belandde. Zijn carrière bracht hem van Canada naar Kroatië, de Verenigde Staten en Malta, met heel wat obstakels onderweg. In Kroatië beleefde hij misschien wel de moeilijkste periode.
“Ik was de enige zwarte speler bij NK Trnje Zagreb en de coach was een racist", vertelt David in Het Nieuwsblad. “De dingen die ik naar mijn hoofd kreeg, wil ik zelfs niet herhalen. Hij liet me zelfs niet meedoen aan wedstrijdjes op training en trainde liever met tien tegen elf dan mij te laten spelen. Ik besloot te zwijgen en te hopen dat hij ontslagen zou worden. Had ik het aan mijn ouders verteld, ze zouden me meteen terug naar Canada hebben gestuurd.”
Uiteindelijk vertrok David zelf, maar de volgende stap in zijn carrière bracht hem niet veel verder. Zijn makelaar overtuigde hem om naar Tulsa in de Amerikaanse tweede klasse te gaan, maar dat draaide uit op een fiasco. “Hij zei dat het goed zou zijn voor mijn cv, maar ik kreeg er nooit een kans. Acht maanden bleef ik er en het was eigenlijk alleen maar tijdverspilling.”
Zijn avontuur in de VS liep op niets uit, maar David bleef vastberaden om door te breken. Hij trok naar Malta, een bestemming die meer bekendstaat als party-eiland dan als voetbalmagneet. “Gelukkig hou ik niet van feesten", lacht hij. “
Ik speelde bij Valletta, maar omdat de club te veel buitenlanders had, belandde ik bij het tweede team. Onze kapitein zat nog niet eens in zijn puberteit! Maar ik bleef geduldig, kreeg mijn kans en scoorde meteen, zelfs de winnende treffer in de halve finale van de beker.”
Toch maakte hij daarna een beslissing waar hij nog steeds spijt van heeft. “Ik vertrok naar Sirens FC, een slechtere club. Daar speelde ik nauwelijks, vraag me niet waarom. Ik had gewoon bij Valletta moeten blijven. Op dat moment dacht ik echt: het is voorbij.”
Johan Walckiers