Nog eentje met dubbele nationaliteit die twijfelt tussen land van vader of moeder... En hij heeft het potentieel om Rode Duivel te worden

Foto: © photonews
Ilay Camara laat zich zien bij Standard Luik. Ook hij heeft de kwestie van zijn sportnationaliteit de laatste dagen weer sterk zien opkomen.
Na zijn 7 assists bij RWDM vorig jaar, bevestigt Ilay Camara bij Standard. Ook al wacht hij nog steeds op zijn eerste doelpunt met de Rouches, blijft de linkerflankverdediger vertrouwen winnen.
"Ik ben erg veeleisend, dus het is niet gemakkelijk om te bepalen wat er goed is gegaan. Ik ben zelden tevreden. Hoewel ik minder statistieken heb dan vorig jaar, vind ik dat ik toch meer voetbal breng. Ik geniet ervan, in een flow te zitten waardoor ik niet hoef na te denken", legt hij uit aan SudInfo.
Net als voor veel spelers van de kern heeft de ontmoeting met Ivan Leko hem goed gedaan: "We praten veel. Ik heb honger, net als hij. Onze relatie is uiteindelijk niets bijzonders. Hij motiveert ons enorm, vooral op het veld”.
Nog steeds verdeeld tussen België en Senegal
Camara werd ook gevraagd naar zijn toekomstige keuze voor sportnationaliteit. Twee dagen geleden brachten we u het nieuws van een Senegalese media die beweerden dat de speler de plaatselijke bondscoach Pape Thiaw al heeft ontmoet om zijn keuze voor Senegal te bevestigen.
De betrokken speler is voorzichtiger: "Het zal een keuze van het hart zijn. Mijn moeder is Belgisch, mijn vader komt uit Senegal, dus ik heb bloed van beide culturen in mijn aderen. Ik kan nu niet zeggen wat er zal gebeuren. Het is op het moment zelf dat mijn geest zal beslissen, of het nu in het voordeel van de een of de ander is”.
Afgelopen november werd Ilay Camara voor het eerst opgeroepen voor de Belgische U21. Hij wacht nog steeds af welk nationaal team hem zal oproepen: "Natuurlijk. Als ik me goed voel bij die oproep, zal ik gaan. Maar als ik het niet leuk vind, zal ik het duidelijk niet accepteren. We zullen zien”.
Bart Vandenbussche